Het wettelijk kader

Valorfrit is opgericht op 20 december 2004, om een collectieve oplossing te bieden aan de regionale aanvaardingsplichten van toepassing op eetbare vetten en oliën, die gebruikt kunnen worden voor het frituren van voedingswaren. Hiertoe heeft Valorfrit kort na haar oprichting 3 toen gelijkaardige milieubeleidsovereenkomsten (MBO) onderhandeld, in samenwerking met Fevia en Comeos, met de gewestelijke overheden.

Deze drie milieubeleidsovereenkomsten zijn aan het einde van hun looptijd gekomen tussen 2011 en 2012. Valorfrit wilde ze niet verlengen voor 5 jaar zonder rekening te houden met bepaalde ontwikkelingen.

Sinds 2004 is de verkoopwaarde van de gebruikte frituurvetten en -oliën namelijk onophoudelijk gestegen, waardoor het van een afvalstroom met negatieve waarde naar de huidige sterk positieve waarde is geëvolueerd. De evolutie heeft een zeer positieve invloed gehad op de inzameling van gebruikte frituurvetten en -oliën bij de professionele gebruikers.

De invloed op de inzameling van gebruikte frituurvetten en -oliën van huishoudens was minder groot, gezien de inzameling hiervan afhankelijk is van vrijwillige afgifte door particulieren op het containerpark. Nochtans hebben de opbrengsten voor de intercommunales (die de ophaalcontracten beheren) eenzelfde positieve evolutie gekend.

In beide gevallen verantwoordde de evolutie van de marktwaarde niet meer de betaling van milieubijdragen door de producenten, importeurs en verdelers leden van Valorfrit (en dus indirect ook aan de consument), om haar activiteiten, gedefinieerd door de milieubeleidsovereenkomsten, te financieren.

Een tweede element is naar voor gekomen bij de evaluatie van de milieubeleidsovereenkomsten: de inzameldoelstellingen voor de professionele stromen waren bereikt. Het was duidelijk dat de inzameling moeilijk beter kon tijdens de komende jaren, aangezien de aangesloten Valorfrit-ophalers meer dan 90 % van het totale potentieel van de professionele markt inzamelden.

De gewestelijke overheden waren ontvankelijk voor deze argumenten, en hebben een wizigingsprocedure van het toenmalige kader voor de aanvaardingsplichten opgestart.

Valorfrit betreurt echter dat de gewestelijke wijzigingen niet uniform zijn.

Om meer te vernemen over de regelgeving in een bepaald gewest, kan u hieronder een keuze maken:

Vlaanderen

De aanvaardingsplicht met betrekking tot frituurvetten en -oliën van professionele oorsprong werd afgeschat in 2012. Eind 2015 kwam de afschaffing van de aanvaardingsplicht met betrekking tot frituurvetten en -oliën van huishoudelijke oorsprong.

De producenten, importeurs of verdelers zijn bijgevolg niet meer onderworpen aan de aanvaardingsplicht in het Vlaamse Gewest.

Naast deze afschaffing heeft een andere aanpassing van de VLAREMA  ertoe bijgedragen dat de inzamelactiviteiten van privé-inzamelaars in supermarkten worden verdergezet en versterkt.

Wallonië

De terugnameplicht met betrekking tot frituurvetten en -oliën van huishoudelijke en professionele oorsprong is nog steeds van toepassing.

De gewestelijke overheid overweegt de mogelijkheid om de terugnameplicht te vervangen door een "obligation de rapportage" (rapporteringsplicht).

Overeenkomstig het Besluit betreffende afvalstoffen, houdt de rapporteringsplicht in dat de producenten de Administratie dienen te informeren enerzijds over de goederen, producten of grondstoffen op de markt gebracht en anderzijds over de getroffen maatregelen rond preventie, hergebruik, informatie en sensibilisering van de gebruikers met het oog op het behalen van de milieudoelstellingen.

De Waalse overheid streeft ernaar dat de rapporteringsplicht met betrekking tot frituurvetten en -oliën op 1 januari 2018 van kracht wordt.

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

De terugnameplicht met betrekking tot frituurvetten en -oliën van professionele oorsprong werd afgeschaft begin 2017.

Daarentegen is de terugnameplicht met betrekking tot frituurvetten en -oliën van huishoudelijke oorsprong van toepassing tot 1 januari 2019. Nadien zullen de frituurvetten en -oliën van huishoudelijke oorsprong uit het Besluit betreffende het beheer van afvalstoffen teruggetrokken worden en opgenomen in een specifieke besluit dat de producenten onderstaande verplichtingen oplegt:

  • Rapporteringsplicht van de op de (Belgische) markt gebrachte hoeveelheden, de (in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) ingezamelde hoeveelheden en hun bestemmingen,
  • Doelstelling om tegen 2020 de bij huishoudens ingezamelde hoeveelheden met 20% te verhogen (t.o.v. 2011),
  • De reële en volledige kost te dragen (cfr. huidig systeem),
  • Communicatie-acties te voeren bij huishoudens