Mijn wettelijke verplichtingen

Indien u dierlijke en plantaardige oliën en vetten produceert, verdeelt of invoert (incl. invoer voor eigen gebruik) met de doelstelling deze op de Belgische markt te verkopen aan professionele of huishoudelijke gebruikers, dan was uw activiteit, tot voor kort, onderworpen aan een aanvaardingsplicht waarvan de modaliteiten relatief gelijkaardig waren in de 3 gewesten van het land.

Destijds werden 3 milieubeleidsovereenkomsten (MBO), één per gewest, ondertekend door de federaties Fevia en Comeos in het kader van de uitvoering van de aanvaardingsplicht. Deze 3 milieubeleidsovereenkomsten zijn tussen 2011 en 2012 verstreken en het werd duidelijk dat de aanvaardingsplicht op wettelijk vlak haar limieten had bereikt.

Valorfrit, Fevia en Comeos hebben vervolgens lange gesprekken gevoerd met de gewestelijke overheden om de wetgeving te laten evolueren, rekening houdend met het feit dat Valorfrit de inzameldoelstellingen van de MB0's had bereikt en, vooral, met de evolutie van de (positieve) waarde van de gebruikte frituurvetten en -oliën.

Hieronder vindt u een overzicht van de gewestelijke regelgeving die, naar aanleiding van deze onderhandelingen, van toepassing zijn in de 3 gewesten.

Brussels Hoofstedelijk Gewest

De terugnameplicht met betrekking tot frituurvetten en -oliën van professionele oorsprong werd afgeschaft begin 2017.

Daarentegen is de terugnameplicht met betrekking tot frituurvetten en -oliën van huishoudelijke oorsprong van toepassing tot 1 januari 2019. Nadien zullen de frituurvetten en -oliën van huishoudelijke oorsprong uit het Besluit betreffende het beheer van afvalstoffen teruggetrokken worden en opgenomen in een specifieke besluit dat de producenten onderstaande verplichtingen oplegt:

  • Rapporteringsplicht van de op de (Belgische) markt gebrachte hoeveelheden, de (in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) ingezamelde hoeveelheden en hun bestemmingen,
  • Doelstelling om tegen 2020 de bij huishoudens ingezamelde hoeveelheden met 20% te verhogen (t.o.v. 2011),
  • De reële en volledige kost te dragen (cfr. huidig systeem),
  • Communicatie-acties te voeren bij huishoudens

Vlaams Gewest

De aanvaardingsplicht met betrekking tot frituurvetten en -oliën van professionele oorsprong werd afgeschat in 2012. Eind 2015 kwam de afschaffing van de aanvaardingsplicht met betrekking tot frituurvetten en -oliën van huishoudelijke oorsprong.

De producenten, importeurs of verdelers zijn bijgevolg niet meer onderworpen aan de aanvaardingsplicht in het Vlaamse Gewest.

Naast deze afschaffing heeft een andere aanpassing van de VLAREMA  ertoe bijgedragen dat de inzamelactiviteiten van privé-inzamelaars in supermarkten worden verdergezet en versterkt.

Waals Gewest

De terugnameplicht met betrekking tot frituurvetten en -oliën van huishoudelijke en professionele oorsprong is nog steeds van toepassing.

De gewestelijke overheid overweegt de mogelijkheid om de terugnameplicht te vervangen door een "obligation de rapportage" (rapporteringsplicht).

Overeenkomstig het Besluit betreffende afvalstoffen, houdt de rapporteringsplicht in dat de producenten de Administratie dienen te informeren enerzijds over de goederen, producten of grondstoffen op de markt gebracht en anderzijds over de getroffen maatregelen rond preventie, hergebruik, informatie en sensibilisering van de gebruikers met het oog op het behalen van de milieudoelstellingen.

De Waalse overheid streeft ernaar dat de rapporteringsplicht met betrekking tot frituurvetten en -oliën op 1 januari 2018 van kracht wordt.